© 2018 door Pictura

Voorstraat 190 3311ES Dordrecht

  • Facebook Social Icon
  • YouTube Social  Icon
  • Instagram Social Icon

nu in Pictura

IN THE PICTURE

29.09 – 04.11. 2018

 

Schilderijen en werk op papier van Marja de Raadt en Han Klinkhamer

 

 

De titel van deze tentoonstelling is in eerste instantie een woordspeling op PICTURA.       Het werk kan niet beter tot zijn recht komen dan in de prachtige zalen van deze historische locatie.

 

  1. Daarnaast verwijst de titel naar het feit dat deze twee kunstenaars geen behoefte hebben aan een intellectuele rechtvaardiging van het werk. Het werk is Down to Earth, wat niet per definitie betekent dat het geen metafysische component bezit. Een verdorde bloem of struikgewas is niet het enige wat we zien. Het ongrijpbare begripAura is alom aanwezig. Pogingen om dit begrip adequaat onder woorden te brengen zijn gedoemd om te mislukken.Misschien is een gedicht daar beter toe in staat dan een rationele afhandeling. 

                                                                                                                                                                                                                                                   

Dit betekent dat de inhoud, of de z. g. boodschap zich niet in tekst maar IN THE PICTURE bevindt. Toen een beroemde pianist na een uitvoering gevraagd werd wat zijn boodschap was, speelde hij het stuk nóg een keer.  

Goethe schreef  “Bilde, Künstler! Rede nicht! Nur ein Hauch sei dein Gedicht”. Jouw gedicht is maar een zucht. Dit citaat wordt soms gebruikt om kunstenaars de mond te snoeren. Maar dat is niet de bedoeling. Het is alleen niet een voorwaarde voor de kunstenaar  om een levensvisie of wereldbeschouwing () in het werk uit te dragen. Een schilderij hoeft geen manifest te zijn.

 

Klinkhamer heeft ooit gezegd: “Er is kunst die zich laat beschrijven en er is kunst die sprakeloos maakt. Als je met die laatste categorie van doen hebt…dan heb je het als spreker of schrijver lastig. Bij goede kunst geldt de stelling: als de beelden spreken, dan zwijgen de mensen. Maar de mens is een taaldier, taal is zijn enige exclusieve domein in het dierenrijk, dus kan hij het niet laten, ook ik niet.”

Hier wil ik een kanttekening plaatsen: Waarom hebben we de neiging om de niet menselijke dieren te denigreren? Is taal werkelijk het exclusievedomein van de mens? Dat hangt er natuurlijk van af hoe men taal definieert, maar er zijn talrijke voorbeelden van dierlijke communicatie; slimme kraaien, dansende bijen of zingende walvissen.  Ik heb een ander mooi voorbeeld gevonden – de PLOOILIPVLEERMUIS. Het woord alleen al! Wetenschappers hebben 33 verschillende geluiden kunnen onderscheiden die de vleermuizen gebruiken om te kunnen navigeren in het donker. Soms kunnen de signalen ook samengesteld zijn en dan begint het op taal te lijken. Hoe dan ook: Navigeren in het donkeris een mooie omschrijving van datgene waar een schilder mee bezig is. 

 

  1. Ten derde: De aangekondigde dood van de schilderkunst is net zo onwaarschijnlijk als de zo vaak aangekondigde dood van de kunst zelf. Filosofen hebben de neiging om de dood van allerlei verschijnselen te verkondigen. Net als Nostradamus denken ze de toekomst te kunnen voorspellen. Naast de dood van de kunst hebben we ons kunnen verheugen op de dood van de geschiedenis, de dood van de ideologieën, de dood van God en de aanstaande teloorgang van de mens zelf.

 

De schilderkunst is dus niet dood maar actueel. Kijk maar naar de huidige expositie in het Dordrechts Museum – “De meest eigentijdse schilderijen tentoonstelling”.

Het schilderen is IN THE PICTURE.

 

Veel hedendaagse kunstenaars lijden aan fantoompijn; het is alsof een ledemaat is afgehakt die nog steeds zeer doet. Ze zijn de ironie en het cynisme van de voorbijgaande jaren beu, ze missen de die naar de uithoeken van een intellectuele GOELAG verbannen zijn. Ze nemen geen genoegen met een grapje of iets leuks en ludieks. Een kick en een gimmick volstaan niet.

Na de postmoderne aanval op het vermeend steriel geworden modernisme ligt het veld open. Geen stroming is dominant en alles lijkt mogelijk. De rol en de definitie van kunst zijn in staat van ontbinding.

Veel kunstenaars zijn op zoek naar vaste grond onder de voeten.

 

Toen ik in de jaren 80 op de kunstacademie van Kopenhagen zat, had n van de studenten een groot – hoe kan ook het anders? – schilderij gemaakt met daarop de tekst:

DE NATUUR IS DOM. De bedoeling was dat we allemaal geschokt zouden reageren op deze primitieve boodschap van een cultuurbarbaar en . 

Deze kunstenaar werd later professor op de academie. Ondertussen stonden wij andere kliederaars gekluisterd aan de ezel en het palet. Opeens voelden we ons allemaal stoffig en ouderwets. Het was alsof er stopverf uit de tubes kwam. Hij had gelijk; de natuur WAS onnozel.

 

Han Klinkhamer en Marja de Raadt werken vanuit het tegengestelde perspectief. Ze houden van de natuur en voelen zich erin thuis. Ze vragen zich af of de ingrepen van Homo Sapiens überhaupt een verbetering of verheffing van de natuur kan zijn. In het werk van beiden komen geen mensen voor. Ze wonen in het rivierenlandschap en de natuur zelf is aan het woord. Geen snelwegen, auto´s  of kantoorgebouwen te bespeuren. Hooguit een vaag silhouet van een dorpje in de verte.

 

Bij Marja domineren de uitgebloeide bloemen, afgewisseld met schedels van mens en dier, of zoals dat in de tijd van de Sovjet-Unie heette. Dit was het eufemisme dat Stalin gebruikte om de adel uit de weg te ruimen. Bij Marja worden deze voormalige levens met eerbied behandeld. Soms zien we in haar werk een obscuur die een plant omgeeft – een teken van leven en wederopstanding.

 

Bij Han ontstaan complexe netwerken van takken en gebladerte. Zijn blik is gericht op het van de aarde. Zelden hoge populieren of imposante eiken, eerder iets onaanzienlijks waarover je struikelt tijdens een boswandeling. Soms kan het een vergezicht zijn, maar ik denk dat hij niet alleen oog heeft voor het zichtbare maar dat het ook om een innerlijk landschap –  een  gaat.

 

Marja noemt haar serie zonnebloemen ´Zelfportret als zonnebloem. Ze ziet haar motief als een metafoor voor het menselijke. Voor Marja is het leven van de mens niet wezenlijk anders dan het leven van een vogel of van een zonnebloem. De zonnebloem zit vast aan zijn steel en heeft waarschijnlijk maar een beperkt vermogen tot communicatie. Wel beschouwd geldt dat ook voor de mens. 

 

In zei Pieter Waterdrinker tegen een verbaasde Janine Abbring dat wij onvrij zijn. De complexe vraag over de vrije wil laten we over aan dezelfde filosofen die de dood van de kunst hebben aangekondigd, maar natuurlijk heeft Waterdrinker gelijk en is onze vrijheid beperkt. Vogels kunnen vliegen en zonnebloemen kunnen met de zon mee draaien. Wij kunnen ook met zon meedraaien maar dat heeft meestal ernstige sociale gevolgen. Kijk maar hoe het de arme Bavink uit Titaantjes van Nescio verging; hij werd of naar Van Gogh. Ik denk hier aan Vincent die met zijn schilderspulletjes in de brandende zon aan het sjouwen is, geschilderd door Francis Bacon.

 

Het diep hart van de zonnebloem is een spiegel van de ziel. Het is onovertroffen in schoonheid en sereniteit en de kunstenaar dreigt daarin te verdrinken. Dit is wat de student uit Kopenhagen belachelijk wilde maken en daar is hij in geslaagd. Het ongrijpbare, mystieke of zelfs spirituele is een makkelijke prooi. Maar wie wil er over vijftig jaar naar schilderij kijken?

 

Schilderkunst is geen ´elitaire hobby´, zoals Eric Wiebes zich onlangs liet ontvallen. Elitair, ok – maar hobby? Het is en overstijgt in het beste geval het tijdelijke karakter van veel hedendaagse cultuuruitingen. Lang nadat deze van de politiek in vergetelheid is geraakt, zullen de schilderijen van Jan Mankes en Anselm Kiefer overeind blijven.

Dat tegenwoordig iedereen kunstenaar, dichter, fotograaf en schrijver is – liefst alles tegelijk – draagt alleen bij aan de opleuking en de festivalisering van de kunsten en aan het mediaspektakel in het algemeen. Deze vervlakking levert zelden iets van bestaande waarde op. enlopen hand in hand.

 

Het werk van Marja de Raadt en Han Klinkhamer is verstild maar ze spreken beiden met een persoonlijke en distinctieve stem. Net als de zonnebloem staan ze solide in de vruchtbare grond van de Nederlandse schilderkunst. Het landschap en de stillevens krijgen bij deze twee kunstenaars een nieuwe invulling. Als het begrip niet zo beladen was, zou ik niet twijfelen om het transcendent te noemen.

 

 Niklas Anderberg, sept./okt. 2018